Citaat(jes)

Bij verstandige mensen gelooft men niet aan hun dwaasheden: wat een inbreuk op hun rechten als mens! (F.Nietzsche)
Zelf denken is de hoogste toetssteen van de waarheid. (I. Kant)

De Samaritaan

Ik ging op een dag naar Jericho stad

Alwaar ik was koopwaar te verhandelen had

’t Was warm en ‘k was eenzaam de zon stond al hoog

Toen ik op een punt kwam waar de weg zich wat boog

 

Daar stonden die rovers, ‘k had geen verweer

Ze waren met velen en sloegen me neer

Zo lag ik daar uren door slagen verdoofd

Van geld en van kleding, van alles beroofd

 

Laat me niet liggen, naakt en gewond

Laat me niet liggen, alsof ik niet bestond

Laat meniet liggen, loop niet om me heen

Laat me niet liggen, ik kan ’t niet alleen

 

Een priester kwam langs, ik dacht:ik ben gered

Hij zal me wel helpen, want dat is de wet.

Maar hij keek langs me heen, deed of ik er niet was

Hij keek wel heel even, maar versnelde zijn pas

 

Toen kwam de leviet, God zij geloofd

Die kent de geboden geheel uit zijn hoofd

Maar toen hij nabij kwam zag ik meteen

Ook hij zal niet stoppen, liep snel langs me heen

 

Laat me niet liggen, naakt en gewond

Laat me niet liggen, alsof ik niet bestond

Laat me niet liggen, loop niet om me heen

Laat me niet liggen, ik kan ’t niet alleen

 

Mijn lichaam werd zwakker, ‘k had niet meer verwacht

Dat nog iemand zou horen mijn hulpeloze klacht

Tot plotseling een vreemdeling met zorgzame hand

Mijn wonden met olie ontdeed van het zand

 

En zonder veel omhaal vervoerde hij mij

En liet mij verzorgen in een herberg vlakbij

Daar liet hij wat geld en is toen gegaan

Geen was zo barmhartig als die Samaritaan

 

Laat me niet liggen, naakt en gewond

Laat me niet liggen, alsof ik niet bestond

Laat me niet liggen, loop niet om me heen

Laat me niet liggen, ik kan het niet alleen

 

Henk van Grondelle, Maart 1987