Camping aan de afgrond
.jpg)
Op de camping bij het plaatsje Saint Rome de Dolan, bij de Tarn, was een nieuwe campingbeheerder. Een klein, maar vriendelijk mannetje. Hij liet ons de camping zien, die we al lang kenden, met een enthousiasme alsof het een nieuw ontdekte planeet was.
Hij wees ons een mooie plaats aan, maar wij wilden liever weer aan de afgrond om zo het dal in te kunnen kijken. Hij keek even verbaast omdat daar nooit caravans staan, want je hebt maar een kleine plek om te draaien, anders kukel je over de rand de diepte in. Maar wij draaien niet met de auto. Wij koppelen los en draaien handmatig de caravan rond.
Op de foto hierboven zie je helemaal links op de berg, als je heel goed kijkt (in het verlengde boven "zie") een klein wit puntje. Dat is ons caravannetje. Je begrijpt dat dit een mooi uitzicht geeft.
.jpg)
Gieren vliegen af en aan en ook door de kloof, zodat je ze op de rug kunt zien. Dat willen wij niet missen, vandaar dat wij ons “eigen plekje” wilden. De campingbaas vond het prima. Iedere morgen en iedere avond kwam hij bij iedereen even langs om te kijken of alles in orde was. Heel attent, we hadden dat nooit eerder mee gemaakt.
Wij zaten daar een paar uurtjes toen er een Frans echtpaar bij ons in de buurt kwam staan met een mooie koepeltent. Het was een hele nieuwe. Maar, hoe moesten ze hem opzetten? De stokken in elkaar schuiven was zo’n beetje het enige wat ze er van begrepen. Na een half uur stond er één haring in de grond en die stond nog verkeerd ook. Ze draaiden de tent alle kanten op, maar daar kregen ze hem niet mee omhoog. Ze zetten een boog neer en gooiden snel het tentdoek erover heen. Wap, alles weer op de grond.
Weer de boog omhoog houden en kijken of er ergens haakjes aan de tent vastzaten die ze om de stokken heen konden slaan. Nee, dus weer alles tegen de grond. Ze waren nu bijna een uur bezig en het vrouwtje werd er helemaal naar van.
We konden het niet langer aanzien en gingen erheen om te helpen,. Tegelijkertijd kwam er ook een vrolijke Engelse dame aanlopen en met zijn drieën hadden we de tent snel opgezet. Wat waren die mensen blij. Het waren fijne prettige buurtjes voor ons. Aan de andere kant bij ons kwam nog een jong Duits stel en zo met zijn allen genoten we ’s morgens van de gieren. Het zo hoog bij de afgrond zitten geeft een heel speciaal gevoel wat je haast niet onder woorden kunt brengen. Het is net of je op een wolk zit of zo iets. Nou weet ik uit ervaring natuurlijk niet hoe het is op een wolk, maar het lijkt me heel apart.
Om te beginnen die diepe stilte. Mensen die op zo’n camping gaan zitten houden van stilte. Dan kijk je naar beneden en daar zal wel van alles gebeuren, goede en verkeerde dingen. Maar dat zie je niet, je ziet alleen de schoonheid van het geheel. Je ziet wel mensen in de kano’s, je hoort wel gilletjes als er iemand omslaat, maar dat is heel ijl. Het bereikt je niet. De schoonheid overheerst en je kunt de hele wereld wel omarmen. Ik denk dat er ergens buiten deze aarde een hogere Bron is, die op deze wereld neerkijkt en de schoonheid van het geheel ervaart en bestuurt en het goede en het verkeerde van de mens tot zich laat komen en in zijn grote liefde zegt: “de mens is niet slecht, het is de onwetendheid waardoor fouten worden gemaakt, maar Ik heb ze allen even lief.”
x-x-x-x-x-x-x-x-x-x-x-x-x-x-x-x-x-x-x-x-x-x-x-x-x
DE KRACHT VAN HET ZIJN
De kracht van het zijn,
het zijn in de kracht.
Stroomt door jouw wezen
als rivieren door een landschap.
Helder en duidelijk is de stroom,
het water borrelt en bruist van energie.
Met plezier en vreugde zoekt het zijn weg,
kolkt om obstakels heen.
Rotsen, stenen, steile oevers,
boomstammen drijven mee op de stroom…
voor een poosje, totdat ze geland zijn
op de plek die voor hen bestemt is.
Constant gevoed door de Bron,
weet het water dat het altijd zal zijn,
dat het nooit niet zal bestaan,
dat het kan putten
uit de diepste diepte
uit de hoogste hoogte
uit het Al van het bestaan
(schrijver onbekend)
