Citaat(jes)

Bij verstandige mensen gelooft men niet aan hun dwaasheden: wat een inbreuk op hun rechten als mens! (F.Nietzsche)
Zelf denken is de hoogste toetssteen van de waarheid. (I. Kant)

Ik spook, dus ik besta

Als mensen hopen om te erven

zit er niets anders op dan sterven

zo help je mensen in de nood

met een stapje richting dood

Dan gaan ze met jouw spullen

hebberig hun zakken vullen

dus mensen moeten dan niet klagen

als je soms wat spookt met vlagen

Je mag dan best eens af en toe

zwevend roepen haaaaaaa

en hoeoeoeoe

en denk hier maar over na

ik denk en spook, dus ik besta.

(Annette)

Luizen zoeken

Luizen zoeken

Shelley van 7 had over een kindje van haar oude school gehoord dat het luizen had. Dat had grote indruk op haar gemaakt. Ze woont naast me en met dingen die indruk maken komt ze altijd even naar me toe. Ze kwam de kamer binnen en zei:”Oma, zal ik luizen in jou hoofd zoeken?”

“Nee, hoor, want dan gooi je mijn hersens door elkaar. Je mag niet IN mijn hoofd komen.”

Even stond ze met een ernstig gezichtje na te denken. “Ik bedoel OP jouw hoofd, oma, mag ik OP jou hoofd naar luizen zoeken.”

Ze speelt vaak kappertje met me, dus ik was wel wat gewend en zei: Ja, dat is goed. Maar wat ga je dan met die luizen doen als je ze gevangen hebt?” Tja, daar had ze nog niet over nagedacht.

“Je mag ze niet dood maken, maar leg ze maar even in een schaaltje, dan doen we ze straks in een kooitje en gaan we ze kunstjes leren”, zei ik. ”En je moet ook geen dubbele vangen anders kunnen we ze niet uit elkaar houden, waarschuwde ik nog.

Haar ogen begonnen te glimmen. Ze speelde het spel mee. Steeds legde ze een zogenaamde luis in het schaaltje. Toen trok ze een haar uit mijn hoofd.

“Au, waarom doe je dat?”

Lachend zei ze:”dat deed ik niet, die luis hield zich zo stevig aan die haar vast dat hij hem mee trok.”

Samen keken we in het schaaltje naar niets.

“Wat een boel hé”, zei ze.

“Ja, maar ze lijken wel erg op elkaar, dat wordt niets met kunstjes leren. Gooi ze maar in het visglas, dan worden het waterluizen.”

En zo geschiede.