Vrouwen en mannen.
Als we zo om ons heen kijken in kerkelijke besturen, dan zien we dat het nog steeds een mannenwereld is. Er mogen wel steeds meer vrouwen meedoen, ze krijgen nu ook een taak of worden ouderling, maar het “opperhoofd” is toch altijd nog een man.
Bij de Anglicaanse kerk is dat momenteel een vrouw, omdat het staatshoofd nou eenmaal automatisch het kerkhoofd is. Maar zij bemoeit zich verder niet met het bestuur, dat verder weer zeer overwegend mannelijk is.
Bij de Joden, waar het Christelijk geloof toch vandaan komt was dat al zo. Vrouwen hadden in die cultuur ten tijd van Jezus, een ondergeschikte rol, zoals trouwens overal in Europa.
Hoewel Jezus veel vrouwelijke volgelingen had is daar weinig van terug te vinden in de Christelijke kerken. Maria Magdalena, één van de bekendste vrouwelijke aanhangers van Jezus werd verguisd en haar rol geminiseerd. In het allereerste begin van het Christendom deed de vrouw gewoon in alles mee, maar na mate de kerk zich van de leer van Jezus verwijderde verdween de vrouw uit openbare taken in de kerk.
Als we in deze tijd de aantallen kerkelijke bezoekers nemen, van welk geloof dan ook, dan zijn vrouwen veruit in de meerderheid en toch is hun leidende rol in de minderheid. Hun stemt telt ook niet zo zwaar als die van de man.
Is dit nou altijd zo geweest? We kennen natuurlijk de rol van de aartsvaders, Abraham, Izaäk, Jakob en helden als Mozes, Gideon enz.
Maar de bijbel spreekt ook over vrouwelijke profeten en leidsters.
Exodus 15:20: En Mirjam, de profetes, Aärons zuster, nam een trommel in haar hand, en al de vrouwen gingen uit, haar na, met trommelen en met reien. Mirjam was de zus van Mozes, degene die hem in zijn rieten mandje in de Nijl had gezet. Het was zijn moeder, Jochebed, die het plan bedacht had en hem lang bij zich had gehouden en hem beschermd. Maar we kennen ook Hulda, ook een profetesse:
2 Koningen 22:14: Toen ging de priester Hilkia, en Ahikam, en Achbor, en Safan, en Asaja henen tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum.
En misschien wel de bekentste uit het Oude Testament, Debora.
Richteren 4:4: Debora nu, een vrouw, die een profetesse was de huisvrouw van Lappidoth, deze richtte te dier tijd Israel.
Richteren 4:5: En zij woonde onder den palmboom van Debora, tussen Rama en tussen Beth-el, op het gebergte van Efraim; en de kinderen Israëls gingen op tot haar ten gerichte.
Richteren 4:9: En zij zeide: Ik zal zekerlijk met u trekken, behalve dat de eer de uwe niet zal zijn op dezen weg, dien gij wandelt; want de HEERE zal Sisera verkopen in de hand ener vrouw. Alzo maakte Debora zich op, en toog met Barak naar Kedes.
Richteren 4:10: Toen riep Barak Zebulon en Nafthali bijeen te Kedes, en hij toog op, op zijn voeten, met tien duizend man; ook toog Debora met hem op.
Richteren 4:14: Debora dan zeide tot Barak: Maak u op; want dit is de dag, in welken de HEERE Sisera in uw hand gegeven heeft; is de HEERE niet voor uw aangezicht henen uitgetogen? Zo trok Barak van den berg Thabor af, en tien duizend man achter hem.
Richteren 5:1: Voorts zong Debora, en Barak, de zoon van Abinoam, ten zelven dage…
Richteren 5:7: De dorpen hielden op in Israel, zij hielden op; totdat ik, Debora, opstond, dat ik opstond, een moeder in Israel.
Hier zie je toch een vrouw die wel degelijk de leiding had. Zowel in het geestelijke gebeuren, profetesse, als staatshoofd. Ook later, ten tijde van Jesaja was er een Profetesse:
Jesaja 8:3: En ik was tot de profetesse genaderd. En in het Nieuwe Testament hebben we 8 dagen na de geboorte van Jezus, Anna.
Lukas 2:36: En er was Anna, een profetesse
Dus wat is dan de oorzaak dat de vrouw niet meer mee mocht doen? Simone de Beauvoir zegt: Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt. Volgens het feminisme zijn de biologische verschillen geen rechtvaardiging voor sociale, culturele of economische verschillen. Ook al kun je als vrouw kinderen baren en als man niet, hoeft dit niet vanzelfsprekend te betekenen dat vrouwen ook de kinderen moeten opvoeden en het huishouden doen. Volgens feministische filosofen zijn de biologische verschillen dus niet doorslaggevend. Je wordt door de maatschappij tot man of vrouw gemaakt, de verschillen worden gecreëerd. Bijvoorbeeld doordat meisjes anders opgevoed worden dan jongens, of doordat van vrouwen iets anders verwacht wordt dan van mannen.
En dus ook in kerken. Mannen hebben de leiding, vrouwen zijn goed om kinderen groot te brengen. En hoewel er tegenwoordig in kerken meer ruimte is voor de vrouw zie ik zo snel nog geen vrouwelijke Paus of Profeet. De rol van de vrouw is nog steeds ondergeschikt aan de rol van de man.
Maar er zijn andere tijden geweest. Van Debora en Hulda weten we dat ze gehuwd waren, mogelijk ook kinderen hadden, maar wel de leiding hadden in de toenmalige religie. Ook Anna was gehuwd geweest. Man en vrouw, naast elkaar en niet ondergeschikt aan elkaar. God is geen aannemer des persoons. God schiep de mens, man en vrouw, schiep Hij hen.
